Johan Alexander van Susteren

 

De bouwheer Johan Alexander van Susteren (1719-1764) komt uit een vermogende familie. Ze heeft haar fortuin vergaard met bier brouwen en handel drijven in de Republiek der Verenigde Nederlanden, voornamelijk Den Bosch en Amsterdam.

 

Het is Johan Alexanders grootvader, Melchior van Susteren, die begin 18de eeuw van de Noordelijke Nederlanden naar Antwerpen verhuist. Zijn enige zoon, Gisbertus Franciscus, trouwt in 1717 met Helena Roose, een telg uit een aanzienlijke Antwerpse familie. Het koppel krijgt drie kinderen: Melchior Joseph, Theresia Maria en … Johan Alexander.

 

Nog voor zijn tiende verjaardag wordt de kleine Johan Alexander wees. Zijn zus en broer sterven op respectievelijk 21- en 22-jarige leeftijd. Als enige erfgenaam van een welstellende familie beschikt hij over een gigantisch fortuin.

 

Wanneer zijn grootvader sterft, komt ook de heerlijkheid van ’s-Gravenwezel in zijn bezit. Op dat moment is architect van Baurscheit bezig met verbouwingswerken aan het kasteel. Johan Alexander laat ze verderzetten en zal van Baurscheit enkele jaren later de opdracht geven voor de bouw van het grote stadspaleis aan de Meir. Daarvoor laat hij vier van zijn huizen aan de Wapper slopen.

 

De werkzaamheden aan de Meir kennen heel wat vertraging en zijn nog niet voltooid wanneer van Susteren plots overlijdt in 's-Gravenwezel op 7 mei 1764. Hij is dan nog steeds ongehuwd. Zijn immens fortuin wordt verdeeld over talrijke verre erfgenamen. Van Susteren wordt begraven in de Sint-Jacobskerk in Antwerpen en zal ironisch genoeg nooit kunnen wonen in zijn droompaleis.

 

Jan Pieter van Baurscheit de Jonge

 

Architect Jan Pieter van Baurscheit de Jonge (1699-1768) draagt dezelfde voornaam als zijn vader, een befaamd beeldhouwer uit het Rijnland. Zijn vader komt vrij jong uit Duitsland naar Antwerpen, waar hij in 1695 als vrijmeester in het Sint-Lucasgilde wordt aanvaard en het tot beeldhouwer van de koning van Spanje schopt.

 

Van Baurscheit de Jonge leert het ambacht van zijn vader en verwerft naam en faam door onder meer mee te werken aan enkele grote stadspaleizen in de Noordelijke Nederlanden tussen 1728 en 1736. Hij is zeer gegeerd bij Antwerpse nobelen en rijken en bouwt in diezelfde periode woningen en kastelen in het Antwerpse. Ook het stadhuis van Lier en het gemeentehuis van Putte zijn van zijn hand.

 

Een van zijn meesterwerken is ongetwijfeld het Paleis op de Meir, dat hij ontwerpt in 1745 voor Johan Alexander van Susteren. Van Baurscheit is geen onbekende voor de welstellende familie van Susteren. Hij heeft al eerder het kasteel van 's-Gravenwezel verbouwd in opdracht van Melchior van Susteren, de grootvader van Johan Alexander. Ook trekt hij een aantal andere stadspaleizen voor de van Susterens en hun aangetrouwde familie op.

 

Van Baurscheits stijl kan als classiciserende rococo omschreven worden. Zijn gevels typeren zich door hun typische centrale nis met opvallend middenrisaliet en ornamenten. Binnenin het gebouw opteert van Baurscheit vaak voor een opvallende vestibule met een wenteltrap; de omliggende ruimtes worden steeds helder geproportioneerd.

 

Napoleon

 

Napoleon Bonaparte (1769-1821) is een van de bekendste en meest invloedrijke figuren uit de werelgeschiedenis. Hij is een geniaal militair, die eerst consul en daarna keizer van Frankrijk wordt.

 

De Corsicaan maakt een bliksemcarrière in het leger na de Franse Revolutie van 1789. Door zijn toedoen als generaal komt er in 1799 zelfs een einde aan die revolutie en wordt er orde op zaken gesteld. In de daaropvolgende regeringsjaren voert hij talloze bestuurlijke vernieuwingen door. Napoleon verwerft veel aanzien bij de burgers van Frankrijk, maar al snel ontpopt hij zich tot dictator. Op 2 december 1804 laat de dan machtigste man van Europa laat zich tot keizer kronen. Vanuit zijn hoogste ambt ambieert hij niets minder dan de alleenheerschappij over Europa.

 

Ook onze gewesten vallen ten prooi aan zijn territoriumdrift: van 1792 tot 1815 is Antwerpen in Franse handen. De haven wordt ten dele gemoderniseerd, maar tegelijk wordt veel van het culturele patrimonium geroofd of vernietigd.

 

Napoleon verblijft verschillende malen in Antwerpen op het bisschoppelijk paleis op de Schoenmarkt en raakt begeesterd door het Hof van Roose, het latere Paleis op de Meir. Hij koopt het in 1811 en laat het verbouwen en herinrichten in empirestijl door architecten Pierre Fontaine en François Verly.

 

Napoleons ster is dan al aan het tanen. Hij zal niet meer tot in Antwerpen geraken. De man die het 'vorstelyck huys’ tot keizerlijk paleis laat ombouwen, zal er nooit logeren. Hij wordt verbannen naar het eiland Elba en zal nog een laatste keer terugkeren naar het vasteland met de hoop opnieuw aan de macht te komen. In 1815 moet hij echter zijn definitieve nederlaag bij Waterloo erkennen. Hij wordt verbannen naar het eiland Sint-Helena, waar hij in 1821 sterft.

 

Willem I der Nederlanden

 

Willem Frederik van Oranje-Nassau (1772-1843) is van 1815 tot 1840 de eerste koning der Nederlanden en hertog en groothertog van Luxemburg. Het huidige Nederland en België zullen onder zijn bewind tot 1830 één koninkrijk vormen.

 

De belangstelling van Willem I gaat vooral uit naar handel en economie in zijn Verenigd koninkrijk. Hij wil er een economische grootmacht van maken, waarbij het noorden zich toespitst op de handel en het zuiden op de industie. Willem I verblijft graag in het Paleis in Antwerpen, dat hij verworven heeft na de val van Napoleon. Van hieruit kan hij de evoluties in de Zuidelijke Nederlanden goed volgen. Onder zijn bewind zal er een uniform belastingstelsel komen en wordt het bankwezen uitgebouwd. Daarnaast zorgt hij voor verbeteringen in de infrastructuur, de nijverheid en de stoomvaart.

 

Willem I koestert ook andere ambities. Zo wil hij van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden een eenheidsstaat maken. Op godsdienstig en taalkundig gebied ondervinden zijn hervormingen echter weerstand, vooral in het zuiden. De verfranste burgerij in Vlaanderen is er niet mee opgezet dat Nederlands de officiële taal wordt. De katholieken weigeren zich bovendien te onderwerpen aan de protestantse koning. Die spanningen zullen uiteindelijk hun toppunt bereiken in de Belgische Revolutie van 1830, waarbij België zich afscheurt van het koninkrijk der Nederlanden.

 

Willem I wordt onder grote diplomatieke druk verplicht om de onafhankelijkheid van het koninkrijk België te aanvaarden. In 1840 doet hij troonsafstand ten gunste van zijn zoon Willem II. Drie jaar later overlijdt hij in Berlijn op 71-jarige leeftijd.

 

Leopold II

 

Leopold II (1835-1909) is vanaf 1865 Koning der Belgen. Hij bestuurt ons land in een woelige periode: de binnenlandse politiek wordt beheerst door economische crisis en sociale onrust, er woedt een hevige schooloorlog en de arbeidersbewegingen en democratische idealen krijgen steeds meer voet aan grond. Toch slaagt de koning er nog in om zijn eigen droom te verwezenlijken: het verwerven van de privékolonie Kongo-Vrijstaat. Kongo wordt een wingewest dat schaamteloos wordt uitgebuit. Opmerkelijk genoeg zal Leopold II nooit een voet gezet in 'zijn’ Kongo zetten.

 

Leopold II is zeer trots op zijn kolonie; hij laat er speciaal serres voor bouwen, het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika en zelfs een zaal in het Koninklijk Paleis in Brussel, de Kongozaal. In 1905 laat hij in het kader van de 75-jarige onafhankelijkheid van België in zijn Paleis in Antwerpen een spiegelzaal inrichten, waarbij verschillende motieven verwijzen naar de onafhankelijke Kongostaat.

 

Leopold kende een grillig privéleven met tal van minaressen. Hij sterft in 1909 en wordt begraven in Laken.

 

Internationaal Cultureel Centrum - ICC

 

In 1969 begint het koninklijk paleis in Antwerpen aan een nieuw hoofdstuk in zijn geschiedenis. Op 19 december van dat jaar draagt koning Boudewijn het gebouw over aan het Ministerie van Nederlandse Cultuur. Die beslist er een Internationaal Cultureel Centrum (ICC) in onder te brengen. De eerste tentoonstelling die er plaatsvindt, het volgend jaar al, behandelt de bouwer en bewoners van het Koninklijk Paleis.

 

Door zijn nieuwe functie zal het Koninklijk Paleis jarenlang bekendstaan als Internationaal Cultureel Centrum of 'het ICC’. Bovendien is het ICC de eerste officiële instelling voor actuele kunst in Vlaanderen.

 

Het historische meubilair wordt via bruiklenen uit het paleis verwijderd. Deze bruiklenen komen de directie van het ICC goed uit, omdat ze het internationale karakter van de werking bij voorkeur invult met baanbrekende avant-gardeprojecten.

 

Het ICC brengt het brede publiek voor het eerst in contact met experimentele ontwikkelingen als fundamentele schilderkunst, conceptuele kunst, installatie, video en performance. Een cruciaal project is 'Office Baroque’ (1977) van Gordon Matta-Clark, dat mee aan de basis ligt van de huidige M HKA-collectie. De opstellingen zijn niet altijd verzoenbaar met de aanwezigheid van het kwetsbare historische meubilair…

 

Na de opening van het Museum van Hedendaagse Kunst (M HKA) in 1987 wordt het ICC vanaf 1990 ondergebracht bij de werking van het KMSKA. In 1998 wordt het ICC definitief gesloten.

 

Centrum voor Beeldcultuur

 

Het Centrum voor Beeldcultuur wordt in 1990 opgericht. Op dat moment heeft de werking van het ICC in het Paleis aan dynamiek ingeboet en ter gelegenheid van de manifestatie 'Antwerpen 1993, culturele hoofdstad van Europa’ krijgt het Centrum er zijn zetel. Daarvoor wordt een modern filmzaaltje ingericht op de benedenverdieping; de prachtige 18de-eeuwse salons aan de straatkant doen dienst als foyer met bar. Wanneer het Centrum voor Beeldcultuur verhuist, blijft het kostbare interieur van het Paleis gehavend achter.

 

In 2003 gaan het Centrum voor Beeldcultuur en het M HKA definitief in elkaar op. De naam 'Centrum voor Beeldcultuur’ zal verdwijnen en het patrimonium, de werking en het personeel van de vzw worden aan het M HKA overgedragen. Het M HKA wordt vanaf dan een museum voor beeldende kunsten én beeldcultuur. Het Centrum voor Beeldcultuur komt later opnieuw tot leven in 'Cinema Zuid’ van het M HKA. De kantoren van Cinema Zuid bevinden zich in het Fotografiemuseum.